Voor we deze plek begonnen, woonden we in een appartement aan de andere kant van de stad. We hadden geen plan om iets in de hospitality te doen — we waren simpelweg op zoek naar een huis met meer licht en een rustige slaapkamer.
Toen we het pand voor het eerst zagen, was het in slechte staat. Houten balken die uit de muren staken, beschadigde kozijnen, een lekkend dak. Maar er was iets aan de hoge plafonds, het ochtendlicht door de ramen op het zuiden, en de stilte in de straat dat ons niet meer losliet.
“Een pand verbouwen is geen romantisch project — het is een lange reeks beslissingen. Welke vloer leg je in een ruimte waar gasten op blote voeten zullen lopen? Welk type kraan houdt vijftien jaar mee? Hoe behoud je de ziel van een 17e-eeuws gebouw zonder dat het oncomfortabel wordt? We hebben elke vraag bewust beantwoord.”
Drie jaar later openden we voorzichtig de deuren voor onze eerste gasten. Geen Booking, geen Airbnb, alleen via vrienden van vrienden. Wat we leerden in die eerste maanden vormt nog steeds de basis van hoe we werken: kleine schaal, hoge zorg, geen haast.
Wat ons drijft is eenvoudig: we willen dat elke gast die hier komt het gevoel heeft dat iemand persoonlijk over hun verblijf heeft nagedacht. Welke wijn er klaarstaat, hoe het bed gemaakt is, welke koffie er in de kast ligt. Dat zijn geen details — dat is het hele verhaal.